HazMatCat
Laatste Update: 7 juni 2017

MESTGASSEN

Lees eerst het hoofdstuk "Algemeen" op deze pagina of klik op een van de hieronder genoemde onderwerpen voor meer informatie over mestgassen:

     

    Algemeen

    Er wordt zelden onderzoek gedaan naar de samenstelling van mestgassen. Alleen bij biogasinstallaties worden structureel metingen gedaan, om te kunnen controleren of een vergister goed werkt. Daarom wordt de globale samenstelling van biogas gebruikt als voorbeeld van de belangrijkste gassen die worden geproduceerd in mest.

    Tabel: Gemiddelde samenstelling van de belangrijkste bestanddelen van biogas

    Component

    Chemische formule

    Gevaren

    Concentratie

    Methaan

    CH4

    Brandbaar

    45 –75 %

    Kooldioxide

    CO2

    Verstikkend, giftig

    24 – 45%

    Zwavelwaterstof Waterstof-sulfide

    H2S

    Giftig, brandbaar

    < 2%   (20-20.000 ppm)

    Blauwzuurgas

    HCN

    Giftig, brandbaar

    < 1%  (?)

    Ammoniak

    NH3

    Giftig, brandbaar

    < 1%  (1 – 200 ppm)

    Zoals uit deze tabel blijkt, bestaat het grootste deel van het gevormde (bio)gas uit methaan (brandbaar) en kooldioxide (verstikkend/giftig). Vanwege de hoge concentratie methaan vormen explosie en brand een belangrijk risico van mestgassen. De hoge concentratie kooldioxide zorgt ervoor dat mestgas ook verstikkend is.

    Methaan is lichter dan lucht (0,6 x) en stijgt op. In een ruimte met onvoldoende ventilatie kan de concentratie methaan bovenin de ruimte hoog zijn. Zijn lampen aan het plafond van een stal niet explosieveilig en is er onvoldoende ventilatie, dan kan bovenin de stal soms een gasexplosie plaatsvinden. Als in de nok van een stal goed geventileerd wordt of als bij een silo het dak wordt verwijderd, zal het grootste deel van het methaan snel verdwijnen.

    In de gierput is altijd methaan aanwezig, al zit dit door korstvorming soms deels “gevangen”. Bij werkzaamheden in de stal waarbij vonken of hete delen kunnen vrijkomen (“hot work”), zoals lassen, slijpen, klauw bekappen (slijpschijf!) en uiers branden, moet je er altijd rekening mee houden dat je boven een “gasfabriek” staat! Ventileer de stal grondig, zorg dat er geen brandbare spullen zoals hooi, zaagsel, stro of lappen liggen - en dek in de direct omgeving van de werkzaamheden (tot minimaal 10 meter vanaf de werkplek naar alle zijden) de roosters af. Gebeurt dit niet, dan is de kans op steekvlammen of een explosie en een daaropvolgende brand groot. Een aanzienlijk deel van de explosies en branden in stallen is het gevolg van ontsteking van mestgassen door werkzaamheden in de stal!

    Uiers branden: het met een brander verwijderen van de beharing van uiers t.b.v. de melkhygiëne

    De concentraties waterstofsulfide, ammoniak en blauwzuurgas zijn te gering (minder dan 1 volumeprocent) om van belang te zijn voor de brandbaarheid. Stoffen zijn namelijk pas brandbaar wanneer er meerdere volumeprocenten van aanwezig zijn. Elke stof heeft zijn eigen specifieke “explosiegrenzen”. Zo is methaan brandbaar/bij een concentratie tussen 4,4 en 16 %. Onder de 4% brandt het niet omdat er te weinig gas is om te ontsteken. Boven de 16% brandt het niet omdat er onvoldoende zuurstof is om het gas te verbranden.

    Waterstofsulfide, ammoniak en blauwzuurgas zijn allemaal brandbaar, maar dat zijn ze pas bij concentraties boven de 4,3% (waterstofsulfide), 5,4% (blauwzuurgas) en 15% (ammoniak). Zulke concentraties worden bij deze stoffen in mest nooit gehaald. Voor waterstofsulfide, ammoniak en blauwzuurgas is daarom alleen de giftigheid van belang.

    Voor giftigheid heb je een véél lagere concentratie gas nodig dan voor brandbaarheid. Terwijl brandbaarheid wordt gemeten in volumeprocenten in lucht, wordt giftigheid weergegeven in “parts per million” (ppm) of deeltjes per miljoen. Een concentratie van 1 ppm betekent dat er 1 deeltje van het betreffende gas is op een miljoen deeltjes van alle gassen in de lucht. In 1 volumeprocent gas passen 10.000 ppm.

    In de praktijk is van deze drie gassen vooral de giftigheid van waterstofsulfide (H2S) van belang. De concentratie ammoniak uit mest is namelijk veel te laag om tot vergiftiging te kunnen leiden. En blauwzuurgas is lang niet altijd in mest aanwezig. H2S wel – en regelmatig in gevaarlijke tot dodelijke concentraties.